Opvallend: de aanmeldingen van Cosis
Deelname aan de DIAGstudie is geen wedstrijd. Elke enkele aanmelding heeft evenveel waarde. Maar het viel op dat er bijzonder veel aanmeldingen kwamen vanuit zorgorganisatie Cosis. Dat wekte de nieuwsgierigheid van Hinke en haar team: wie zijn die enthousiaste deelnemers, waarom zetten ze zich zo in en hoe pakken ze het aan? Om daarachter te komen, gingen we in gesprek met Steffany Heeringa en Cobien Wever, twee van de twaalf psychologisch pedagogisch assistenten (ppa-ers) binnen Cosis.
Het team van ppa-ers ondersteunt gedragswetenschappers door de hele organisatie heen. Ze werken locatie-onafhankelijk en zijn breed inzetbaar. Diagnostiek is hun specialisme en hun passie. Het is de kern van hun werkzaamheden. Of, zoals ze zelf zeggen: ‘Wij zijn vakidioten’.
Het belang van adaptieve vragenlijsten
Bij Cosis wordt veel waarde gehecht aan onderzoek en diagnostiek. ‘Onderzoek gebeurt niet alleen op basis van IQ-tests, maar ook door te kijken naar adaptief gedrag. Deze inzichten helpen om ondersteuning af te stemmen op de specifieke behoeften van cliënten. Het wordt ingezet om vragen te beantwoorden zoals: is er sprake van een verstandelijke beperking, hoe verloopt de ontwikkeling bij het ouder worden, hoe zelfredzaam is iemand met dementie? Of bij jongeren die op zichzelf gaan wonen: wat kunnen en doen ze thuis, en welke aanpassingen zijn nodig in hun nieuwe woonomgeving? Ook is het vaak een eis van het zorgkantoor bij indicatiestelling om een recent onderzoek aan te leveren.’
Waarom zoveel aanmeldingen voor de DIAGstudie?
Het grote aantal aanmeldingen binnen Cosis is te danken aan de ppa-ers zelf. ‘We zagen dat gedragswetenschappers te weinig tijd hadden om het van de grond te krijgen. Wij hebben gevraagd: mogen wij dat doen? We hebben een stappenplan opgesteld en daarbij alle administratieve werkzaamheden weggehaald bij de gedragswetenschapper.’
Hoe hebben jullie dit aangepakt?
‘Om te beginnen hebben we Hinke uitgenodigd bij het vakoverleg, om uitleg te geven over DIAG. Daarna heeft Steffany zich verdiept in de materie en heeft ze een stappenplan opgesteld, waarin staat welke stappen gezet moeten worden om tot een aanmelding te komen. Zo is het heel inzichtelijk wanneer er wat gedaan moet worden en door wie. Ook hebben we standaard e-mailteksten gemaakt voor de verschillende contactmomenten en hebben we de DIAGstudie opgenomen in de agenda van ons vakoverleg. Zo houd je structureel aandacht voor het onderwerp.’
Hoe motiveren jullie collega’s om mee te werken?
‘Door open en duidelijk te communiceren is het eigenlijk nooit een probleem om medewerking te krijgen. We geven duidelijke uitleg aan begeleiders. We leggen uit dat de huidige Sociale Redzaamheidsschaal (SRZ) niet meer van deze tijd is en dat je daarom ook graag een nieuwe lijst ingevuld wilt hebben. Ook al is die oude lijst pasgeleden nog ingevuld. Begeleiders zien zelf ook wel dat de SRZ erg ouderwets is. Soms is iemand erg druk, dan overleggen we even, een collega mag het ook invullen.’
Wat vinden jullie van het DIAG, voor zover je daar nu al wat van kunt vinden?
‘We zijn heel erg blij met het DIAG. In vergelijk met andere lijsten is het eenvoudiger om in te vullen en niet zo groot. De vragen sluiten aan bij de huidige tijd, met herkenbare zaken van deze tijd. Bijvoorbeeld: in de SRZ wordt nog gevraagd of iemand ‘de groepstelefoon opneemt’. Maar tegenwoordig heeft iedereen een eigen mobieltje. Of de vraag ‘kan koffiezetten’; veel mensen hebben een Senseo-apparaat en het is niet duidelijk of dit dan ook onder koffiezetten valt.
Heldere antwoordopties
Nog iets waar de ppa-ers blij van worden: het DIAG heeft heldere antwoordopties. ‘Dat is heel prettig. Bij ander lijsten scoor je bijvoorbeeld op 1 t/m 5. De 1 en de 5 zijn wel duidelijk, maar hoe zit het met de verschillen tussen 2, 3 en 4, wat is het verschil tussen ‘af en toe’ en ‘nogal eens’? Dat is lastig om te scoren en het geeft verschil in interpretatie.’
Startproblemen
Als medewerker in een organisatie heb je niet alles in de hand. ‘In het begin kwamen de mails niet binnen. Dankzij snel contact en samenwerking met onderzoeksassistent Resi, die zo attent was om te zien dat er opeens geen antwoord meer van ons kwam. Samen hebben we het probleem kunnen vinden en oplossen.’
Tot slot
Het DIAGplatform wordt gewaardeerd als naslagwerk en hulpmiddel bij advies over keuze van lijsten.
Tijd
‘In het begin kostte het wel tijd, maar we zien het als een investering in de toekomst. Goed diagnostisch onderzoek voorkomt onnodig tijdverlies en geeft een realistischer beeld van cliënten, wat uiteindelijk iedereen ten goede komt. Daar doen we het voor.’
TIPS
De DIAGstudie zit in de laatste fase, waar nog zo’n 400 aanmeldingen voor nodig zijn. Wil je ook je steentje bijdragen aan de DIAGstudie? Dan kunnen deze tips van Steffany en Cobien helpen:
- Maak een helder stappenplan, zodat iedereen weet wat er moet gebeuren en door wie.
NB: Wil je inspiratie voor een stappenplan? Stuur Steffany een berichtje! (Steffany.heeringa@cosis.nu) - Gebruik standaard e-mailteksten om communicatie te vergemakkelijken.
- Zorg voor duidelijke communicatie, zodat iedereen begrijpt waar het over gaat en het belang ziet.
- Neem initiatief: tip gedragswetenschappers dat ze mensen mogen doorgeven en geef daarbij aan dat je het administratieve werk voor ze kunt doen en het in gang kunt zetten
- Houd diagnostiek op de agenda door het regelmatig te bespreken in overleggen.
- Check bij de afdeling ICT of de mails van het DIAGplatform niet vastlopen in bv Citrix.
Deel dit artikel:
